Featured image for “De laatste verzorging uitgelegd: groeien haren en nagels door? Het antwoord is: nee”

De laatste verzorging uitgelegd: groeien haren en nagels door? Het antwoord is: nee

februari 8, 2026

Praten over de dood hoeft niet zwaar te zijn. Het wordt pas spannend als we het moeten invullen met vage verhalen, oude beelden en “ik heb ooit gehoord dat…”.

In de podcast Dealen met de Dood praat Tessa di Corrado met Michel, een overledenzorgverlener die al 14 jaar lang met veel liefde en respect overleden mensen verzorgt. In die jaren heeft hij, zoals hij zelf zegt, tussen de 10.000 en 15.000 overledenen verzorgd. En daardoor kan hij als geen ander vertellen wat er wél en niet klopt van alle fabels rondom de laatste verzorging.

In deze blog ontkrachten we de bekendste misverstanden.

“Elke dag gaat met een lach en een traan.” — Michel


Wat is “de laatste verzorging” eigenlijk?

De laatste verzorging is het moment waarop iemand die is overleden wordt opgefrist, verzorgd en (vaak) aangekleed. Dat kan in een uitvaartcentrum, maar ook gewoon thuis — en families mogen daar vaak bij zijn of zelfs meehelpen.

Michel legt uit dat het veel meer is dan “praktische handelingen”.

“Het is echt veel meer dan alleen die praktische handelingen.” — Michel

En juist omdat het zo’n intiem moment is, ontstaan er ook veel aannames. Tijd om die rustig recht te zetten.


Fabel 1: “De mond wordt gelijmd”

Dit is er eentje die Michel zó vaak hoort, dat hij meteen duidelijk is: nee.

“Nee, dat is absoluut niet… dat was echt van vroeger.” — Michel

Wat gebeurt er dan wél? Als een familie wil dat de mond gesloten wordt (en daar wordt bij veel uitvaartorganisaties ook echt toestemming voor gevraagd), zijn er volgens Michel grofweg twee manieren:

  • Kosmetische hechting (een hechting aan de binnenkant van de mond)
  • Kinsteun (een hulpmiddel dat de kaak ondersteunt)

En belangrijk: soms kiezen families er bewust voor om de mond niet te sluiten, bijvoorbeeld omdat iemand altijd met zijn mond een beetje open sliep. Dat mag. Michel zegt er wel eerlijk bij dat hij het meestal afraadt, onder andere vanwege geur en veranderingen in de mond.


Fabel 2: “Ze breken botten om iemand aan te kleden”

Hier is Michel echt fel op — en eerlijk? Begrijpelijk. Dit idee leeft hardnekkig, waarschijnlijk omdat mensen iets hebben gehoord over lijkstijfheid en dat dan gaan invullen met horror.

Maar botten breken? Nee.

“Botten breken doen we absoluut niet. Als ik dat ooit moet doen, dan stop ik met dit werk.” — Michel

Wat wél klopt: er is zoiets als rigor mortis (lijkstijfheid). Michel legt uit dat die intrekt in de eerste uren en kan aanhouden tot ongeveer 36 uur, en dat het lichaam na ongeveer 72 uur weer slapper kan worden doordat processen in het lichaam afbreken.

Wat overledenzorgverleners soms doen, is de armen en spieren voorzichtig losmaken zodat aankleden überhaupt mogelijk is. Daarbij kun je wel eens een geluid horen.

“Dan kan je wat gekraak horen, maar dat is eigenlijk puur omdat je de spieren uitrekt zoals je ook met ‘rek en strek’ oefeningen doet” — Michel

En ook daar geldt: ze leggen het uit, zodat je niet schrikt.


Fabel 3: “Ze stoppen gaten op”

Ook dit komt uit een andere tijd. Michel zegt eerlijk: ja, vroeger gebeurde dat wel. En dus is het niet raar dat vooral oudere generaties dit nog denken.

Maar nu? Niet meer. En dat is volgens Michel juist beter, omdat “opstoppen” kan zorgen dat gassen in het lichaam geen kant op kunnen. Dan krijg je juist problemen zoals zwelling (bijvoorbeeld een opgeblazen buik), en dan moet je weer andere ingrepen doen.

Wat er tegenwoordig wél standaard gebeurt is veel simpeler: incontinentiemateriaal uit voorzorg, zodat kleding netjes blijft.

“Dat is standaard… Mocht het zijn dat de overleden nog iets laat lopen… dan wordt hun eigen kleding niet vies gemaakt.” — Michel


Fabel 4: “Haren en nagels groeien door na overlijden”

Deze hoor je vaak: “Op dag vijf had hij stoppels!” of “haar nagels waren ineens langer”. Michel is duidelijk: haren en nagels groeien niet meer, want iemand is overleden — het lichaam maakt geen nieuwe groei meer aan.

“Nee… iemand is overleden dus niets werkt meer.” — Michel

Waarom lijkt het dan soms wel zo? Michel noemt een logische verklaring: de huid kan wat indrogen en zich iets terugtrekken, waardoor nagels of stoppels meer zichtbaar lijken. Het oogt alsof er groei is, maar het is vooral verandering van weefsel en vocht.


Fabel 5: “Kippenvel bij een overledene is onzin”

Deze is interessant, want hier zit juist een stukje waarheid. Michel zegt dat het kan voorkomen, vooral kort na overlijden.

Hij legt het heel simpel uit: iemand lag net nog warm onder een deken. Dan wordt die deken weggehaald om te verzorgen, en ja… dan kan het lichaam daar in het begin nog op reageren.

“Dat kan soms ook met een overleden gebeuren. Dus daar reageert het lichaam nog wel op.” — Michel

Dit soort details zijn precies waarom uitleg zo helpt: het haalt het uit de sfeer van “eng” en brengt het terug naar “menselijk”.


Fabel 6: “Een pacemaker mag gewoon mee de oven in”

Nope. Bij crematie moet een pacemaker of ICD verwijderd worden. Michel legt uit waarom: het gaat om een batterij, en in een crematieoven (hij noemt rond de 800 graden) levert dat serieuze risico’s en schade op.

“Dat gaat niet… een pacemaker of ICD is natuurlijk een hele zware batterij.” — Michel

Bij begraven verschilt het: soms mag het blijven zitten, soms wil een begraafplaats juist dat het eruit gaat. Maar bij crematie is het in de praktijk: altijd verwijderen.


Fabel 7: “Je kunt iemand gewoon lekker warm instoppen”

Dit klinkt lief, en het komt ook uit zorg. Alleen: warmte is precies wat je bij een overledene niet wil vasthouden. Michel zegt dat koeling belangrijk is, zeker bij een thuisopbaring.

“Hoe meer warmte om het lichaam heen zit… dat is eigenlijk niet heel goed.” — Michel

Zijn praktische advies is helder:

  • liever geen dikke dekens
  • hooguit een hoeslaken om het netjes toe te dekken
  • en vooral: laat koeling zijn werk doen

Hij noemt ook een paar dingen die mensen vaak onderschatten bij thuisopbaring, zoals insecten (ramen/deuren dicht houden) en — opvallend — dat iemand ooit de stekker uit de koelplaat trok omdat het geluid vervelend was. Dat wil je dus echt niet.


Waarom deze fabels blijven hangen (en waarom het helpt om ze te ontkrachten)

Veel ideeën komen uit “vroeger”, uit films, uit verhalen, of uit onzekerheid. En als je nog nooit een laatste verzorging hebt meegemaakt, is het logisch dat je hoofd het probeert te vullen.

Michel laat juist zien: het is geen geheimzinnig gedoe. Het is aandacht, uitleg en zorg.

“Elke stap die je maakt moet je wel uitleggen, zodat de families niet schrikken.” — Michel

En misschien wel de belangrijkste: je hoeft het niet alleen maar te ondergaan. Je mág meedoen, als je dat wil.

“Probeer altijd mee te helpen met de verzorging… dat geeft zoveel voldoening.” — Michel


Veelgestelde vragen over de laatste verzorging

Wordt er altijd make-up gebruikt?

Nee. Michel zegt: make-up is op aanvraag. En als het kan, gebruikt hij het liefst de eigen make-up van de overledene, omdat dat vertrouwd voelt voor nabestaanden.

Wordt iemand met water en zeep gewassen?

Michel raadt dat af. Hij gebruikt liever vochtige washandjes, omdat water en zeep het vetlaagje van de huid weghaalt, en dat vetlaagje is juist een soort bescherming.

Mag familie meehelpen?

Ja, meestal wel (na de schouwarts). Michel merkt dat het steeds vaker gebeurt en dat het vaak juist ontspanning en rust geeft in het moment.


Tot slot

Als je één ding meeneemt uit Michel’s verhaal, laat het dan dit zijn: de laatste verzorging is niet iets om bang voor te zijn. Het is een moment waarin je — hoe rauw het ook is — nog iets kunt doen met liefde.

“Ik vind het gewoon heel bijzonder en heel mooi en dankbaar dat je toch nog iets mag doen… in het diepste… van die fase.” — Michel

En door de fabels los te laten, maak je ruimte voor wat het eigenlijk is: een afscheid dat klopt.


Delen: